,

De 3 belangrijkste maatstaven bij vermogensbeheer, die u niet mag missen!

Bij vermogensbeheer draait het in essentie allemaal om drie factoren. U kunt nog zo’n prettig en vertrouwd contact hebben bij een beheerder/bank met een bekende naam, uiteindelijk rekenen beleggers de beheerder af op het behaalde resultaat.

Helaas zien we in de praktijk maar weinig kritische beleggers die de beheerder afrekenen op basis van feiten. Ze staren enkel en alleen maar naar het resultaat.

Terwijl het resultaat op zichzelf staand geen compleet beeld geeft. Om deze fout te voorkomen is het belangrijk de volgende punten jaarlijks kritisch in de gaten te houden om te kunnen meten/bepalen hoe uw beheerder presteert.

  1. het rendement
  2. het risico
  3. de kosten

Het rendement

Rendement kan op veel manieren berekend worden. Het is dan ook een lastige klus om de juiste resultaten boven water te krijgen en deze op een objectieve manier te vergelijken.

Het rendement over een periode van bijvoorbeeld 10 jaar uit het verleden geeft een goede indicatie wat u kunt verwachten voor de toekomst, dit geldt alleen als u het risico over diezelfde periode ook kunt meten.

Ontdek in 10 Simpele Stappen Hoe Je Een Goede Vermogensbeheerder Selecteert

Leer in een aantal stappen, hoe je kunt voorkomen dat je in de valkuilen stapt in het doolhof van vermogensbeheer.

Een eye-opener. Na het lezen van dit digitale boek kwam ik erachter dat je vooraf al een hoop dingen te weten kunt komen en dat de markt minder transparant is als je denkt.
-  Bernard

Vergelijk uw Vermogensbeheerder (VUVB) biedt beleggers een exclusieve tool en de mogelijkheid om vermogensbeheerders (intern) op basis van de juiste data met elkaar te vergelijken.

Het rendement wordt gemeten aan de hand van maandresultaten en is volledig objectief en gebaseerd op een mathematische evaluatie van het verleden. De resultaten worden gewaardeerd over drie tijdseenheden: drie, vijf en tien jaar.

Een vermogensbeheerder kan in de tool worden opgenomen als men de maandresultaten overhandigt van minimaal drie jaar en daarnaast transparant is over de rest van de dienstverlening.

De beheerders die niet de juiste/volledige gegevens willen verstrekken worden dan ook niet opgenomen in de vergelijkingstool.

Het risico

Bij risico wordt er gekeken naar onder andere de kengetallen:

  1. standaarddeviatie
  2. sharpe ratio
  3. maximum drawdown

Maximum drawdown wil zeggen het maximale neerwaartse verlies over een bepaalde periode als u op het hoogtepunt zou zijn begonnen en op het dieptepunt zou zijn uitgestapt.

Zonder het risico in kaart te brengen, zegt rendement niets!

Zoals u in onderstaande afbeelding kunt zien kan het rendement bijvoorbeeld gelijk zijn maar het risico verschillen. Rendement en risico gaan hand in hand.

Voor welke partij kiest u op dat moment dan liever?

De kosten

Vanzelfsprekend draait het elke belegger uiteindelijk om het netto resultaat onder aan de streep. Zoals bekend gaan rendement en risico hand in hand en naast deze indicatoren zijn de kosten wel een van de belangrijkste aspecten als het om beleggen gaat.

Een hoge kostenstructuur bij een vermogensbeheerder vloekt met elke economische logica.

Van een BMW 5-serie mag u verwachten dat hij beter presteert dan een Fiat, maar een dure beheerder hoeft het niet per se beter te doen dan een goedkope beheerder.

Als er twee beheerders zijn, de ene met een jaarlijkse kostenratio van 2,75 procent en de ander met 0,5 procent, dan weet u slechts een ding zeker: u zult 2,25 procentpunten meer betalen (dus meer rendement moeten behalen en vanzelfsprekend meer risico lopen) als dat u bij de eerste beheerder zal beleggen.

De vlieger dat een beheerder dus duurder mag zijn omdat hij betere diensten levert gaat simpelweg niet op als het u enkel en alleen om rendement gaat.

Bijna elke beleggingsstudie van beleggingsfondsen die zijn gedaan, toont aan dat fondsen die meer kosten rekenen meestal minder goed presteren dan fondsen met lagere kosten. Hetzelfde geldt voor vermogensbeheer.

De kostenratio van een fonds blijkt zelfs de beste voorspeller van de toekomstige prestaties, zelfs nog beter dan de prestaties uit het verleden te bekijken (aldus Morningstar).

De fondsen met de laagste kosten, blijkt uit onderzoek van Morningstar, hebben altijd beter gepresteerd dan hun duurdere collega’s. De aard van de beleggingen – aandelen of vastrentende waarden en o.a. geografie maken daarbij geen enkel verschil.