Rendement vermogensbeheerders vergelijken? Rendementen van vermogensbeheerders vergelijken is een belangrijke taak om een zo goed mogelijk resultaat te behalen over de lange termijn. Wie wil niet het beste rendement op zijn vermogen over een lange termijn?

Door rendementen tegen elkaar af te zetten, word je gewaarschuwd en kun je controleren als particuliere- en professionele belegger of je nog on-track bent of dat je wellicht ver achter blijft.

Maar helaas schuilen er ook een hoop gevaren en valkuilen achter het vergelijken van rendementen tussen diverse vermogensbeheerders. Een fout die veel beleggers nog dagelijks maken waardoor ze onder aan de streep minder overhouden dan dat ze niet het hoogste rendement hadden nagestreefd.

Het najagen van het hoogste rendement of een buy-en-hold strategie?

De aantrekkingskracht van het achtervolgen van de beste rendementen.

De meeste beleggers hebben de volgende zin goed in hun hoofd geprent:

“Blijf niet zitten, als je geschoren wordt!”

De zin die beleggers aanspoort om actie te nemen en verandering teweeg te brengen in momenten van bijvoorbeeld snelle, dalende markten binnen hun huidige strategie. Voor beleggers die ervaring hebben met een lager gemiddeld beleggingsrendement, zal dit advies als muziek in de oren klinken.

Maar is dit wel zo slim?

Het lijkt in de natuur van de belegger te zitten, als het bloed door de straten stroomt voelen ze de emotie door het lijf gieren.

Emotie, die de meeste beleggers aanspoort tot een actie. Niemand wil immers verlies lijden.

In de praktijk zien we dan ook vaak dat dergelijke beleggers hun portefeuille met hun vermogen van de ene vermogensbeheerder naar de andere overzetten. In de hoop de beste vermogensbeheerder met het hoogste rendement en trackrecord geselecteerd te hebben voor de aankomende periode.

Kortom, beleggers die eindigen in het najagen van de beste prestaties en het hoogste rendement.

Onderzoek heeft aangetoond dat het najagen van het hoogste rendement zich overigens niet alleen beperkt tot een bepaalde groep van particulieren- of professionele beleggers.

Integendeel, zowel particuliere klanten als institutionele partijen hebben de neiging om de beste rendementen na te jagen.

In theorie zou het moeten lukken om de beste prestaties na te jagen, als rendementen uit het verleden iets zouden zeggen over toekomstige resultaten.

Maar zoals we allemaal weten:

“In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst”.

In financiële termen, kan ‘performance-chasing’ (het najagen van rendementen) een voordeel hebben als het consistent zou zijn (dat wil zeggen, herhaaldelijk en over een langere periode van jaar tot jaar een outperformance neerzetten).

Beleggers worden van nature aangetrokken om actief beherende fondsen en vermogensbeheerders te selecteren. Iedereen wil in zijn portefeuille de slecht presterende namen in ruilen voor recente best presterende namen.

Om de kansen van een succesvolle belegging op de lange termijn te verbeteren, moeten beleggers begrijpen en accepteren dat sommige periodes gepaard gaan met onder gemiddelde resultaten.

Dit is nu eenmaal onvermijdelijk.

Op zulke momenten dien je als belegger gedisciplineerd te blijven en vermijd de verleiding om de hoogste rendementen na te jagen.

Jij bent slimmer dan de rest

Over het algemeen zijn wij mensen nogal overmoedig over onze eigen capaciteiten.

Er is een onderzoek gedaan onder 600 professionele fondsmanagers, waarbij 75% aangaf dat ze zichzelf hoger inschatte dan gemiddeld. (Montier, 2010)

Dit is hetzelfde dat 80% van ons gelooft dat we een betere bestuurder zijn op de weg dan de gemiddelde autobestuurder.

Een aantal studies heeft aangetoond dat overmoedigheid bij beleggers, ertoe leidt dat ze hun kennis overschatten, de risico’s onderschatten en hun eigen bekwaamheid om in bepaalde situaties de gebeurtenis te kunnen controleren en overzien te hoog inschatten.

Wees bescheiden – heel veel slimme en vermogende mensen worden geraakt en “in elkaar geslagen” door en tijdens heftige marktomstandigheden. Denk niet dat je slimmer bent dan de rest. 

Netto en/of bruto rendementen bij vermogensbeheer met elkaar vergelijken

Als je rendementen met elkaar wilt vergelijken, dat is het ten eerste belangrijk om naar het verschil tussen de bruto en netto rendementen te kijken.

  • Bruto rendement= Netto rendement + totale kosten
  • Netto rendement= Bruto rendement – totale kosten

In een rendementsvergelijking is het dus van groot belang om appels met appels te vergelijken en de netto rendementen met de netto rendementen te vergelijken.

In de praktijk wordt dit verschil door particuliere beleggers vaak onderbelicht gelaten waardoor je al op grote verschillen kan uitkomen.

Voorbeeld:

  • Vermogensbeheerder A: Netto rendement van 5,25%
  • Vermogensbeheerder B: Bruto rendement van 6,5% (maar heeft totale kosten op jaarbasis van 2%, dus een netto rendement van 4,5%).

Als we alleen naar het rendement zouden hebben gekeken dan zou vermogensbeheerder B er beter uit zijn gekomen. Behalve als je de juiste vergelijking maakt door naar de netto rendementen te kijken, dan zou je mogelijk voor vermogensbeheerder A kiezen.

Juist?

NEE! Wacht, stop!

Nog steeds kunnen we nog geen objectieve rendementsvergelijking maken aan de hand van bovenstaande informatie. We missen namelijk nog een belangrijke pijler.

De juiste verhouding rendement en risico vergelijken

Dit is een van de belangrijkste redenen waarom vermogensbeheerders haar rendementen niet graag blootgeven.

Particuliere beleggers gaan aan de hand van de resultaten een snelle rendementsvergelijking maken en hebben van nature alleen nog oog voor de hoogst behaalde rendementen.

Namelijk het najagen van rendementen waarover je eerder hebt kunnen lezen, dat is menselijk.

Maar daar komt weer een valkuil om de hoek kijken.

Rendement en risico gaan hand in hand.

Wederom komen we in de praktijk weinig beleggers tegen ook hier de juiste elementen met elkaar vergelijken.

Er worden bijvoorbeeld drie vermogensbeheerders naast elkaar gelegd, van elk een zogenaamd ‘Neutraal Profiel’ en de prestaties worden met elkaar vergeleken.

  • Vermogensbeheerder A (profiel behoedzaam) 2015: +12%
  • Vermogensbeheerder B (profiel geel) 2015: + 4,7%
  • Vermogensbeheerder C (profiel neutraal) 2015: + 2,5%
  • Vermogensbeheerder D (profiel neutraal) 2015 -1%

In de meeste gevallen zal je als klant bij vermogensbeheerder A het beste gevoel overhouden, want die heeft immers het hoogste rendement behaald. Maar onderliggend heeft die vermogensbeheerder misschien wel veel meer risico genomen.

Het draait allemaal om het resultaat hoor ik je zeggen.

Maar hoe zal die vermogensbeheerder het in een jaar als 2008 hebben gedaan? Hoe zit het met voorgespiegelde verwachte rendementen?

Vermogensbeheerder A heeft onderliggend veel meer risico gelopen en in een slechte periode had je -35% behaald in plaats van vermogensbeheerder B met een negatieve uitslag van -22%.

En met die zelfde vergelijking, zien we dat beleggers ‘proberen’ een specifiek risicoprofiel met elkaar proberen te vergelijken, namelijk neutraal profiel versus neutraal profiel.

Maar ook hier liggen onderliggend verschillen waardoor je de rendementen niet tegen elkaar kunt afzetten:

Verhouding beleggingsportefeuilleVermogensbeheerder C (“Neutraal-Profiel”)Vermogensbeheerder D (“Neutraal-Profiel”)
Aandelen opkomende markten20%10%
Aandelen ontwikkelde markten20%20%
Risicovolle bedrijfsobligaties15%7,5%
Veilige bedrijfsobligaties15%30%
Risicovolle staatsobligaties15%2,5%
Veilige staatsobligaties15%30%

Wat zegt het rendement als je het risico er tegen af zet. Hoe hebben partijen over de lange termijn gepresteerd?

Een aantal valkuilen die we tegen komen in de praktijk met het vergelijken van risico, rendement en kosten zijn:

  1. Bruto en netto rendementen worden met elkaar vergeleken
  2. Rendement is de belangrijkste maatstaf, risico wordt niet gemeten en dus vergeten
  3. Profielen van vermogensbeheerders worden onderling met elkaar vergeleken
  4. Belegger gaat af op het hoogste rendement van het afgelopen jaar
  5. Belegger staart zich blind op kosten.

Goed we hebben een aantal valkuilen inzichtelijk gemaakt.

We moeten dus letten op netto rendementen, de totale kosten, het risicio en de lange termijn resultaten.

Lange termijn rendementen zijn niet altijd alles wat het misschien lijkt

Als iemand jou een gloednieuwe BMW te koop aanbiedt voor vijftien duizend euro met volledige garantie, lage kilometerstand en met het verhaal dat hij van een oud vrouwtje is geweest, dan twijfel je waarschijnlijk niet?

Het klinkt te mooi om waar te zijn..

Als een aanbieder van financiële producten in een foldertje ‘risicoloos’ 5% meer biedt dan de markt, stapt de gemiddelde belegger direct in.

Waarom wordt er eigenlijk nog reclame gemaakt voor zo’n fantastisch product?

Precies.. zo geweldig zal het wel niet zijn!

Dit geldt hetzelfde met rendementen van vermogensbeheerders.

In Nederland is er namelijk geen instantie die de resultaten van vermogensbeheerders controleert op juistheid. Dat wil zeggen dat sommige vermogensbeheerders de resultaten wat gunstiger afspiegelen als dat ze in werkelijkheid daadwerkelijk hebben behaald.

Dat noemen we met een mooi woord: Backtesten.

Backtesten houdt in dat de huidige strategie van de vermogensbeheerder wordt getest op basis van een huidige bedacht model, met historische data.

Dus je kijkt simpelweg wat jouw huidig bedacht model, zou hebben gedaan qua performance, en neemt deze resultaten als afspiegeling van de “zogenaamde behaalde resultaten”, althans als je jaren geleden was ingestapt en het huidige bedacht model ook daadwerkelijk had bestaan.

Stel je voor dat een vermogensbeheerder start in het jaar 2018.

Voordat grote institutionele partijen hun vermogen uit handen geven aan een dergelijke vermogensbeheerder heeft deze partij meestal een trackrecord nodig van minimaal circa 5 jaar.

Als particuliere belegger wil je ook graag rendementen zien voordat je ergens een start maakt.

De vermogensbeheerder zal al snel komen met een backtest over de afgelopen tien jaar.

Aan de hand van de huidige manier van beleggen worden de resultaten teruggerekend over een crisisjaar als 2008.

Het huidig bedachte model heeft ineens een perfect trackrecord waar een belegger ‘U’ tegen zegt.

Helaas geeft dit echter niet altijd een eerlijk beeld en kunnen beleggers hiermee op het verkeerde been worden gezet.

Backtesten hoeft niet verkeerd te zijn en kan enig inzicht geven, maar in sommige gevallen wordt een vertekend beeld van de werkelijkheid gesimuleerd. Wees hier extra voorzichtig mee.

Focus op de lange termijn, zonder korte-termijn-rendements-obsessies

In Amerika kent men een mooie quote:

Many investors find it difficult to see the long-term wood for the short-term trees

Veel startende beleggers kijken krampachtig en te vaak naar de rendementen van hun portefeuille. Ze raken zeer opgewonden als de markten stijgen en zeer wanhopig en teleurgesteld als de markten dalen.

Besef je als belegger dan het volgende:

Elke dag is er een kans van 50% – in een aandelenportefeuille – dat er zich een verlies voordoet. Een keer per heb je zelfs een kans van ongeveer 30% -40% of meer dat je een verlies in je portefeuille zult zien.

Dat zien we ook in onderstaande tabel.

De tabel laat zien dat bijvoorbeeld een belegger in 2009, in een volledige aandelenportefeuille, een -26% aan ‘rendement’ in zijn portefeuille voorbij heeft zien komen. Maar als dezelfde belegger niet in paniek was geraakt en hij zijn portefeuille – netjes zoals afgesproken – zonder emotie had gelaten voor wat het was, dan was hij aan het eind van het jaar geëindigd met een +23% aan ‘rendement’.

De rode intra-jaarlijkse dalingen geeft over de afgelopen 36 jaar een overzicht, wat de neerwaartse “dalingen” zijn geweest in dat jaar. De grijze lijn geeft het uiteindelijke rendement van het betreffende kalenderjaar weer.

Dit geeft maar al te goed aan waarom je als belegger:

  1. een buy-and-hold strategie moet aanhouden;
  2. je niet gek moet laten maken door emotie en slimmer wilt zijn dan de rest;
  3. je blik & focus moet kunnen houden op de lange termijn.

Des te langer de horizon, des te kleiner het risico op een negatief rendement

Veel beleggers zijn angstig voor grote verliezen en onderschatten de lengte van hun beleggingshorizon.

Als je niet thuis bent in de wereld van beleggen/vermogensbeheer dan is het logisch dat je bang bent voor grote verliezen. Het is namelijk ‘iets’ onbekends en je hebt er voor je gevoel weinig controle op.

Niemand wil in de situatie terecht komen waarin je vermogen wordt belegd en dit – als je in het slechtste geval ‘moet’ uitstappen – een verlies accepteert van -48% (zie tabel hierboven in 2008).

Theoretisch gezien moet je als belegger zoveel mogelijk in aandelen beleggen op het moment dat je horizon langer is dan 10 jaar.

Waarom?

In een aandelenportefeuille loop je – ten opzichte van een obligaties – meer risico, maar daar word je over de lange termijn ook voor beloond met een hoger rendement. De enige valkuil die je nog hebt – als je je emotie goed onder controle kunt houden, weet te spreiden en de kosten laag houdt – is dat je tijdens de rit moet uitstappen omdat je het geld nodig hebt.

Hieronder volgt een analyse door J.P. Morgan Asset Management met de uitkomsten van Amerikaanse beleggers over verschillende periodes tussen 1950 en 2016.

Reeks van aandelen met rendementen over de lange termijn, geen verlies meer

Bovenstaande tabel laat zien dat – als je een beleggingshorizon hebt van circa 5 jaar of langer- het risico op een negatief resultaat in aandelen, obligaties of een gediversifieerde portefeuille steeds kleiner wordt.

Ja, er is een kans dat je als belegger zelfs – na een periode van 5 jaar of zelfs 10 jaar volledig in aandelen belegd te zijn – een overall negatief rendement oploopt. Maar hoe langer we de horizon trekken, des te kleiner de kans op een negatief rendement wordt (en dus hoe groter de kans op een positief resultaat), ook voor aandelen.

Mits er op de juiste manier wordt belegd en de belegger zich houdt aan een aantal belangrijke basisregels.

Hoe langer je de beleggingshorizon maakt, des te groter de kans op een positief rendement. 

Daarnaast heb je – zoals de tabel laat zien – wel het meeste kans op een hoog rendement. En hoe langer de horizon, des te meer kans heb je op een positief resultaat.

Als je belegt in aandelen of obligaties is het dus van essentieel belang om goed naar de beleggingshorizon te kijken. Dit wordt in heel veel gevallen zwaar onderschat of verkeerd geïnterpreteerd.

 

 

https://pressroom.vanguard.com/nonindexed/Quantifying_the_impact_of_chasing_fund_performance_July_2014.pdf

Montier, J., (2010), The Little Book of Behavioural Investing, Wiley & Sons, Hoboken: NJ