Obligaties veilige haven?

Bijna Iedereen die beleggingsportefeuille bij een vermogensbeheerder heeft beschikt over vastrentende waarden in zijn of haar portefeuille. De vastrentende waarden bestaan voor het leeuwendeel uit obligaties. Van oudsher zijn dit zowel bedrijfsobligaties als staatsobligaties.

De vastrentende waarden vormen de stevige basis van uw portefeuille. Het is niet spannend, obligaties bieden over het algemeen een vast rendement dat net hoger is dan uw spaarrente, blijven achter als de beurzen flink stijgen en geven zekerheid op het moment dat de beurzen afglijden.

De term vastrentende waarde is in de loop der jaren verwaterd.

De veiligheid die vastrentende waarden zouden moeten bieden, is bij een aantal vermogensbeheerders ver te zoeken. De risico’s van obligaties kunnen enorm zijn.

Het enige dat er van de term vastrentende waarde(n) in stand gebleven, is dat ze meestal een vast rendement (couponrente) geven.

Aantal varianten op traditionele obligaties neemt toe!

Met name de laatste tijd neemt het percentage van varianten in (risicovolle) obligaties toe. Dit komt omdat investmentgrade obligaties, obligaties met een minimale krediet waardering van BBB, weinig rendement opleveren.

Veel vermogensbeheerders hebben de taak om een hoger rendement te behalen halen dan de rente op uw spaarrekening. De beheerder kan, afhankelijk van wat u afspreekt, een hoger risico opnemen in de portefeuille door te kiezen voor o.a. High Yield obligaties, Zero-Coupon obligaties, MKB-Obligaties, Perpetuele leningen. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de Rabo Ledencertificaten.

Daarbij is het belangrijk om de kredietwaardigheid in acht te nemen van het bedrijf waarvan u een obligatie aankoopt om de kans op een mogelijk faillissement te beoordelen. De bekendste kredietbeoordelaars welke deze beoordelingen geven aan een bedrijf zijn: Fitch Ratings, Moody’s en Standard & Poor’s.

Hieronder vindt u een uitleg wat deze beoordeling betekent:

Kans op financiële problemen is veel groter!

Net zoals met alles dat een hoger rendement oplevert, brengt het ook meer risico’s met zich mee. Als er voor obligaties met een lagere waardering gekozen wordt is de kans aanzienlijk groter dat de uitgevende bedrijven/ landen in de financiële problemen komen of zelfs failliet gaan. Hieronder ziet u een duidelijk verband tussen een lagere kredietwaardering en het toenemend aantal faillissementen.

Het zijn allemaal obligaties maar de interpretatie van vermogensbeheerders loopt nogal uiteen!

Hieronder vindt u een aantal voorbeelden uit de praktijk. Dit zijn niet eens extreme voorbeelden maar gewoon portefeuilles die we onlangs hebben geanalyseerd.

1: Een slecht verhandelbare obligatie, de koers staat op 100%. De obligatie is op dit moment niet verhandelbaar, wellicht keert hij in 2017 uit. Tot die tijd zit u in onzekerheid tegen een hoge rente. Van spreiding is hier ook geen sprake.

Obligatieportefeuille2: Ook deze obligaties staan allemaal onder de vastrentende waarden. De MKB obligaties zijn ook op 100% uitgekomen. Een bedrijf als Günter Zamek is echter voor 70% extern gefinancierd, het bedrijf heeft nu financiële problemen en de uitkering op 100% is hoogstens onzeker. Hier zit u dat er een koersverlies van 70% is opgelopen. Is dat de hoge rente waard?

Obligatieportefeuille met risico

3: Op deze afbeelding ziet u obligaties met een grote mate van veiligheid, de minimale kredietwaardering is trippel B en de kans dat er iets misgaat veel kleiner. Daar staat dan ook weer een lager rendement tegenover. Het is dan ook het veilige gedeelte van uw portefeuille.

Portefeuille zonder teveel risico

Wat zegt de rechter over vastrentende waarden?

In verband met een geschil tussen een vermogensbeheerder en cliënt moest de rechter zich buigen over de vraag welke financiële instrumenten wel en niet passen binnen de vastrentende waarden van de portefeuille.

De invulling van de portefeuille was niet conform de afspraken tussen cliënt en vermogensbeheerder. Het risicoprofiel wees uit dat er een pensioendoelstelling was met een jaarlijkse onttrekking aan de portefeuille, de horizon was wel lange termijn.

Deskundige aan het woord?

De rechter heeft zelf advies ingewonnen bij een deskundige om te bepalen wat er wel en niet thuis hoort in een portefeuille die uit vastrentende waarden bestaat.

Deze deskundige is ook van mening dat de eerder genoemde varianten, technisch wel te kwalificeren zijn vastrentende waarde maar ze onderscheiden zich wel door veel grotere beleggingsrisico’s. Een aantal komt zelfs meer in de buurt van het risicoprofiel van aandelen.

Vergelijk Uw Vermogensbeheerder weet ook dat er vermogensbeheerders zijn die risicovolle obligaties als perpetuele leningen wel onder het aandelengedeelte schalen.

Zorgplicht vermogensbeheerder

Naar het oordeel van de rechter was de vermogensbeheerder tekort geschoten in zijn zorgplicht door in de portefeuille risicovolle producten in de categorie “overig vastrentend” op te nemen. Van een redelijk handelend en redelijk vakbekwaam vermogensbeheerder mag verwacht worden, dat hij oog heeft voor de risico’s van een financieel instrument.