Vermogensbeheer in beleggingsfondsen?

Kritiek op beleggingsfondsen vaak overdreven.

We krijgen vaak de vraag wat de beste manier van beleggen is. Ook horen we dat beleggingsfondsen niet transparant en te duur zijn. Hebben beleggingsfondsen in vermogensbeheer een toegevoegde waarde?

In het vermogensbeheer predikt elke partij voor eigen parochie. Dat lijkt me ook niet meer dan normaal. De meningen lopen nogal uiteen. Vermogensbeheerder A zegt dat trackers beter zijn, B zegt dat u beter actief kunt beleggen in individuele titels en dan komt vermogensbeheerder C met beleggingsfondsen. Daarnaast wordt u als belegger murw geslagen met veelal gekleurde informatie in vakbladen en kranten.

80 tot 85% van de beleggingsfondsen verslaat benchmark niet

Uit onderzoek blijkt dat 80 tot 85% van de fondsbeleggers de benchmark niet verslaat. Daar ga ik dan voor het gemak maar even vanuit. Ik merk daarbij wel op dat de benchmark een algemeen begrip is. Oké, het is een maatstaf, maar het beleggingsbeleid van de fondsbeheerder kan nogal afwijken van de benchmark waar de resultaten mee vergeleken worden. Daarom is het vaak een slechte vergelijking.

Overigens interesseren weinig particulieren zich voor de resultaten afgezet tegen de benchmark. Ze willen enkel dat het afgesproken streefrendement wordt behaald.

Een andere tekortkoming in de studies die naar actief beleggen in beleggingsfondsen zijn gedaan, is dat er vooral naar aandelen werd gekeken. De meeste mensen die voor vermogensbeheer kiezen zijn maar gedeeltelijk afhankelijk van aandelen.

Meer dan 135.000 beleggingsfondsen.

Enfin, als 85% van de fondsbeheerders de benchmark niet verslaat, dan doet 15% van de fondsen dat wel. In veel gevallen gebeurt dit zelfs met ruime cijfers.

Dé website op het gebied van beleggingsfondsen is Morningstar. De website monitort maar liefst 135.000 beleggingsfondsen.

Er vanuit gaande dat 15% van die fondsbeheerders de benchmark wel verslaat, betekent dat u de keuze heeft uit 20.325 goed presterende beleggingsfondsen!

Kunt u zelf goede beleggingsfondsen selecteren?

Dat kan, als u de tijd, kennis en kunde heeft. U moet er namelijk op bepaalde momenten voor kiezen om te onder- of overwegen in bepaalde effecten. We noemen dat tactische asset allocatie. Een simpel voorbeeld hiervan is dat obligaties het bij slechte economische vooruitzichten het vaak beter doen dan aandelen.

Als uw visie op de markt negatief is, zou u er voor kunnen kiezen om het aandelengedeelte gedeeltelijk af te bouwen en deze te vervangen door obligaties. Dat doen lang niet alle fondsen omdat ze gebonden zijn aan bepaalde statuten.

Asset allocatie is zo belangrijk dat het zelfs 90% van uw rendement bepaalt. Een goede timing heeft bijvoorbeeld maar een invloed van 2% op het totaalrendement. Daarnaast is het vrij arbeidsintensief om precies te achterhalen welke beleggingen in een beleggingsfonds zitten. Het is dus niet altijd transparant. Een specialist kan u echter wel vertellen wat de inhoud van het fonds is.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het vaker voorkomt dat slecht presterende fondsen in de daaropvolgende periode ook slecht presteren, maar goed presterende fondsen in de daarop volgende periode ook goed presteren

Dan kies ik toch een beleggingsfonds met 5 sterren!

Een goed presterend fonds is zeker geen garantie voor de toekomst. We hebben regelmatig gezien dat een fonds 5 Morningstar-sterren krijgt, veel prijzen wint en een jaar later als een kaartenhuis in elkaar stort.

Het bekendste voorbeeld hiervan is Fortis, inmiddels BNP Paribas Obam. Dit fonds haalde van 2005 tot 2007 een rendement van maar liefst 88%. In 2008 verloor het echter 66%.

Om 66% verlies goed te maken moet er een rendement van 200% behaald worden. Deze klap is het fonds dan ook nog niet meer te boven gekomen en op dit moment krijgt het fonds nog maar één van de vijf Morningstar-sterren en is het beleggingsfonds ook van fondsmanager gewisseld.

Beleggingsfondsen in opkomende markten verslaan benchmark vaker!

Wat mij opvalt is dat met name in het laatste jaar fondsbeleggers in opkomende markten het ontzettend goed gedaan hebben. Ik geef u twee voorbeelden, dit is misschien wat kort door de bocht maar het is puur om te laten zien dat de benchmark wel degelijk verslagen wordt. Een van de factoren hiervoor is de grotere volatiliteit in deze markten.

Neem het HSBC investment Turkije fonds, (hieronder weergegeven) Year to Date 62% rendement en al jaren verslaat de manager de markt.

Nog een voorbeeld; Schroders. Een fonds dat zich focust op Aziatische aandelen en schuldeffecten in de vastgoedsector. Een zeer beweeglijke markt, dat moet bij u passen. Het lukt de fondsmanager van Schroders echter telkens weer de benchmark te verslaan.

Hoewel de kosten 1,3% zijn (exclusief transacties), wordt dit jaar in jaar uit terugverdiend.

Als we dan naar de AEX kijken over de afgelopen jaren, dan zie je dat een fondsmanager van Robeco Hollands bezit de benchmark eigenlijk nooit heeft verslagen. Als je dan toch de AEX wil volgen kan het ook met een tracker. Dat scheelt dan in kosten.

Over de kosten

Het is absoluut waar dat de kosten van beleggingsfondsen iets hoger zijn. Toch worden de kosten bij trackers vaak onderschat. Zeker bij de synthetische variant kunnen deze oplopen tot 1%. Het frappante is dat men denkt goedkoper uit te zijn als een vermogensbeheerder belegt in individuele titels. Toch krijgen wij daar minstens zo veel klachten over. Zeker als er ook optieconstructies in de portefeuille zitten. Deze kosten worden vooral gemaakt door middel van transacties.

“Elk nadeel heeft zijn voordeel”

Ik concludeer dan ook dat elke beheerder, adviseur of expert kan roepen wat hij wil. Er zit toch altijd wel een kern van waarheid in. Een vermogensbeheerder die het beleggen in trackers tot zijn specialiteit heeft gemaakt, zegt dat in 85% van de gevallen de benchmark niet verslagen wordt.

Een vermogensbeheerder die in individuele titels belegt zal zeggen dat de kosten in beleggingsfondsen te hoog zijn. En een vermogensbeheerder die voor beleggingsfondsen kiest zegt dat rendement niet wordt behaald door individuele keuzes maar door een goede asset allocatie.

In beide gevallen hebben ze gelijk. Een afwisseling van de besproken effecten is in veel gevallen ook een prima keuze.

Zowel vermogensbeheerders als banken in Nederland hebben niet de specialiteit in huis om zelf actief te beleggen in opkomende markten. Om de markt dan te verslaan is wel degelijk een iets duurder beleggingsfonds nodig. Uiteindelijk gaat het erom wat er onder aan de streep overblijft, toch?