Hoe experts vermogensbeheer resultaten uit het verleden gebruiken

Elke belegger zal zijn eigen opinie vormen over zogenaamde ‘past performance data’. Voor sommigen zijn zij een obsessie, anderen negeren ze totaal. De waarheid ligt in het midden. Het gebruik van resultaten uit het verleden is subjectief. Maar sommige beleggers maken wel de fout om hun beslissing louter en alleen op deze data af te stemmen. Dat werkt snel en bovendien spreken data direct over wat de belegger nauw aan het hart ligt: vermogensgroei.

Lees ook: goede resultaten van vermogensbeheerders.

Daarom is het vaak moeilijk om aan de lokroep der data te weerstaan – en dat kan best gevaarlijk zijn. Resultaten uit het verleden moeten immers altijd in de juiste context worden geplaatst.

Om beter te begrijpen hoe dat moet, vroeg Adam Zoll (Site editor van Morningstar.com) zijn collega-experts van het gereputeerde Morningstar hoe zij resultaten uit het verleden inzetten in hun analyses bij het beoordelen van beleggingsfondsen.

Jeff Ptak, president en CIO van Morningstar Investment Services

Performance moet één input zijn in een groter proces. Het is geen breekpunt. Eerder speelt het een kleine, confirmerende rol. Relevante vragen zijn: wat zeggen de data over de investeringsstijl? Wat zeggen zij over de concrete uitvoering van een strategie? Kan de uiteindelijke prestatie verzoend worden met de gemaakte beloftes? Hoe functioneert het fonds op lange termijn?

Idealiter neemt men deze vragen in overweging aan het einde van zijn beraadslaging. Andere factoren (zoals voorzichtigheid en continuïteit) dienen dus voorrang te krijgen. Zo zorg je ervoor dat het verleden voorspelbare factoren niet besmet.

Ook mag de data-analyse daarbij niet eenzijdig verlopen: er bestaat geen stramien voor. De samenstelling van het specifieke fonds is cruciaal en moeilijk in te schatten factoren zoals return, vooroordelen of geluk mogen niet worden uitgesloten.

Lees ook: Rendement wordt voor 90% beïnvloed door de selectie van de asset allocatie.

Russ Kinnel, directeur ‘mutual fund research’

Hoewel performance data zeer informatief zijn, is hun voorspellingswaarde beperkt. Om het grote plaatje te kunnen zien, is het vooral noodzakelijk het management in beschouwing te nemen.

Als een manager bijvoorbeeld al twaalf jaar een fonds beheert, zijn alle twaalf jaren even belangrijk. Beheert de manager het fonds slechts één jaar, dan is alle informatie voor dat jaar irrelevant.

Even belangrijk is ook de jaarlijkse return. Een fonds met schitterende resultaten na tien jaar kan in die periode best een aantal slechte jaren hebben. Bekijk de cijfers van 2000-2002 en 2008 om te zien hoe het fonds reageert op slechte tijden.

Bekijk de cijfers van 2003 en 2009 om te zien wat het effect is van goede tijden. Hoeveel verschillen die resultaten van gelijken en benchmarks? Pas na deze analyse kan je een fonds al dan niet in je portfolio opnemen op basis van realistische verwachtingen.

Christine Benz, directeur ‘personal finance’

Performance data zijn enkel nuttig in samenwerking met mijn begrip van de fondsstrategie. Als ik het fonds niet goed ken, gebruik ik de data om de managementstijl van het fonds te begrijpen. Als ik het fonds goed ken, gebruik ik de data als bevestiging of ontkenning van mijn gedachten.

Deze analyse is voor mij zowel initieel als op regelmatige basis van belang. Met name de regelmatige toetsing stelt mij in staat op voorhand te weten hoe een fonds zich zal gedragen gegeven een bepaalde marktsituatie. Zo verkrijg ik zekerheid over de rol die het fonds kan spelen in een investeringsportfolio.

Sam Lee, ETF strateeg en redacteur van ‘Morningstar ETF Investor’

Data performance is op zich nutteloos en kan zelfs schadelijk zijn voor de inschatting van een fondsstrategie. Het is eerst en vooral zeer gevoelig aan de begin- en einddata van de onderzoeksperiode.

Ten tweede is de periode waarvan er cijfers beschikbaar zijn vaak te beperkt om representatief te zijn. Tenslotte zijn sterke prestaties in het verleden vaak een indicatie van een dure asset en een vaak gevolgde strategie. Dat kan vaak reden genoeg zijn om een fonds te vermijden.

De echte waarde van performance data is dus die van een supplement bij een totale inschatting. Als zij dan toch al op zich voldoende informatie verschaffen, dan is dat meestal in negatieve zin.

Dit is: als ontkenning van de verdiensten van een strategie (leidend naar een voortdurende ´underperformance´ van het aandeel). Daarom concentreer ik mij vooral op het ontdekken van sterke, economisch intuïtieve strategieën, die ik laat bevestigen door onafhankelijke onderzoekers met ettelijke tientallen jaren ervaring op verschillende markten.

Eric Jacobson, senior fondsanalist

Hoe goed of slecht een fonds presteert in een specifieke periode zegt vaak iets over de risico’s die het in die periode nam. Ook de jaarresultaten kunnen in deze context relevant zijn.

Daarnaast proberen wij ook te kijken naar de prestatie van het management over de totale periode van dat management. Dat biedt het voordeel dat verwarrende overlap zoveel mogelijk uit het cijfermateriaal gebannen wordt.

Michael Herbst, directeur ‘active funds research’

Als analist benader ik het gegeven ‘prestatie’ uit verschillende hoeken. Voor wat betreft mijn eigen investeringen vertrek ik daarbij van een inschatting van de stabiliteit van het fondsmanagement, de steunkracht van de firma achter het fonds en de uitgaven ervan.

Uiteindelijk kan ik de prestatie van een fonds immers niet controleren.

Wat ik wel kan controleren is het risico gerelateerd aan managementoverdracht, slechte bedrijfsondersteuning of hoge uitgaven. Pas wanneer ik mij daar goed bij voel, komt performance-analyse van pas.

Hiermee kan ik beslissen of het fonds in mijn portfolio past, wanneer ik daarvan de winsten zou moeten opstrijken en wanneer ik nieuwe investeringen in het aandeel moet ondernemen.

Dan Culloton, assistent-directeur fondsanalyse

Ik bekijk performance data laatst – of dat probeer ik toch. Zij zijn immers allerminst een garantie op toekomstig succes.

Wanneer ik de data bekijk, doe ik dat over een zo lang mogelijke periode. In deze periode kijk ik naar cumulatieve, jaarlijkse, viermaandelijkse, aangaande en specifieke tijdstippen om na te gaan hoe het fonds zich gedraagt op verschillende momenten. In dat kader kijk ik vervolgens vaak naar de absolute resultaten van het fonds in vergelijking met de benchmarks, indexeringen, groepsconcurrenten of concurrentiegroepen die ik relevant vind.

Dat alles blijft echter slechts ruis wanneer het niet wordt verbonden met de strategie achter het asset en de portfolio waarin het fungeert.